Terug in Wifiland
04 Februari 2019 | Swaziland, Mhlambanyatsi
Vrijdag 25 januari stond de trip naar het buitenland geprogrammeerd: het Koninkrijk eSwatini, zoals het land officieel heet nu. Het was koning Mswati III die in het voorjaar van 2018 de nieuwe naam invoerde. Een land, ongeveer even groot als Wallonië.
Het eerste deel van de trip werd onbewust een rondrit, letterlijk. Vertrokken in Hazeyview om ruim een uur later aan te komen in .. Hazeyview. Hoe dat zo komt? Enkele kilometer voorbij de afslag in White River richting Malelane hebben we de afslag, naar rechts, gemist. Niet verwonderlijk als er geen enkele, maar dan ook geen enkele richtingaanduiding staat. Geen plaatsnaam, geen nummer van de weg. Noppes, nada, niks. Omdat we wilden weten waar we de mist ingingen, hebben we met enige zin voor risico - een ezel stoot zich geen twee keer... weetjewel - vanuit Hazeyview hetzelfde traject gevolgd. Dit keer met Google Maps - toch handig als je die ook offline kunt gebruiken - op het scherm van de smartphone. Om tot de conclusie te komen dat we ons echt niets te verwijten hebben. Op die plaats zou niemand rechts afslaan. Wij deze keer wel. Ook nu weer heeft elk nadeel zijn voordeel. De weg voert ons, weliswaar over talloze verkeersdrempels - die het voordeel bieden dat je wel traag moet rijden en dus veel kunt zien - langs verschillende kleine dorpen en leefgemeenschappen. Je krijgt dan toch een bredere kijk op het dagelijkse leven buiten de steden.
Aan de grens melden we ons eerst aan bij de Zuid-Afrikaanse immigratiedienst. Stempeltje meer in het paspoort. Zo’n honderd meter verder aanschuiven bij de autoriteiten van Swaziland. Opnieuw een stempel rijker en 50 ZAR armer voor de ‘invoer’ van de auto.
De rit naar Mhlambanyatsi, onze verblijfplaats voor vanavond en morgen, verloopt vlot. Al merken we snel dat de kwaliteit van de wegen heel wat slechter is dan die in Zuid-Afrika. Ook de levensstandaard en -omstandigheden lijken ons veel minder te zijn. Behalve aan de staat van het wegdek moeten we ook hier bijzondere aandacht besteden aan de verkeersdrempels. Je ziet ze vrijwel niet en ze zijn venijnig hoog. Ze worden wel, of toch meestal, aangekondigd met een verkeersbord en na enige tijd hebben we door dat een verlaging van de maximale snelheid naar 60 km per uur een eerste aankondiging kan zijn van drempels. Het blijft uitkijken. Maar die infrastructuur biedt de talrijke voetgangers, vaak groepen schoolkinderen, de nodige veiligheid in de bebouwde kom of aan de bushaltes.
Net zoals in Zuid-Afrika rijden ook in eSwatini enorm veel busjes rond. Het verplaatsingsmiddel bij uitstek voor de meeste mensen. Ze rijden heel frequent en je ziet of hoort ze overal. Ze claxonneren - allemaal op dezelfde manier - als er nog plaatsen beschikbaar zijn. Ook schoolkinderen maken gebruik van de busjes. Tenminste de kinderen wiens ouders het kunnen betalen. Een heleboel kinderen, de meerderheid, gaat te voet. Voor sommigen ongetwijfeld een wandeling van een uur of meer.
De laatste 25 kilometer naar Forester Arms Hotel gaat hotsend en botsend over een weg met meer gaten, al dan niet opgevuld, dan een Gruyerekaas. De ontvangst in het hotel is heel hartelijk. De kamers zijn ruim en er is zowaar een open haard en wat nog interessanter is, die staat klaar om aangestoken te worden. Enkele minuten later knettert het vuur en stijgt de temperatuur naar een comfortabele hoogte. Met het weer zit het niet echt mee. Regen en toch wel kil, zeker in vergelijking met de vorige, tropische dagen. We laten het niet aan ons hart komen, schaffen ons een fles rode wijn aan en brengen de tijd tot etenstijd door, met z’n vieren op een kamer keuvelend en plannen makend voor morgen. Gezelligheid troef.
In het restaurant prijkt een bordje ‘Mr Anna’ op de tafel. Op de achterkant staat Nothando geschreven. Dat blijkt de naam te zijn van de jongedame die ons in de ‘schoonmoederbezoekklederdracht’ vanavond en de volgende dag zal ‘bedienen’, beter gezegd in de watten zal leggen. Haar gulle, spontane lach werkt aanstekelijk. Het eten, alweer van uitstekende kwaliteit, smaakt daardoor nog beter. Een oudere, witte vrouw licht het menu van vanavond toe en vertelt dat we voor het voor-, het hoofdgerecht en het dessert telkens twee gerechten mogen kiezen. De porties zijn bewust klein(er) gehouden zodat we van meer gerechten kunnen genieten. Vroeger zou ik ongetwijfeld blanke vrouw geschreven hebben, maar de discussies van de voorbije jaren over, het met betrekking tot mensen, superieur klinkende woord blank, hebben me overtuigd om het neutrale woord wit te gebruiken. Voldaan en nagenietend keren we terug naar onze kamers.
Stipt om 8.15 uur wordt er koffie en thee naar de kamer gebracht. Een extra service die we ten zeerste op prijs stellen. Het ontbijt is al even rijkelijk als het avondmaal. De Zuid-Afrikaanse keuken valt honderd procent mee. Gevarieerd en heel lekker.
Voor onze uitstap naar Matenga Cultural Village legt diezelfde oudere vrouw ons heel graag uit hoe we daar geraken. Ze tekent zelfs twee extra kaartjes op de achterkant van het plannetje dat we mee krijgen. “Het is een uurtje rijden,” vertelt ze. “Om 11.15 uur en om 15.15 uur kunnen jullie een traditionele dans bijwonen. Om terug te keren hebben jullie de keuze om via dezelfde weg te rijden, maar jullie kunnen ook de cirkel rond maken. Het landschap is heel gevarieerd.” “Het laatste deel ‘could be a little bumby,” waarschuwt ze. Dat klopt. We vermoeden dat die weg niet aangelegd is voor en dus niet bestand is tegen het zware vrachtvervoer van en naar de papierfabriek en de houtzagerij die we onderweg passeren. Kilometers lang bestaat de begroeiing aan beide kanten van de weg uit naaldbomen. Klaar om gekapt, verzaagd en tot pulp verwerkt te worden.
In Mbabane, de hoofdstad, rijden we ongewild de drukte in. Een afslag gemist. Heb ik dat al niet eens eerder geschreven? Hopelijk wordt het geen gewoonte. De regen en de mist kunnen we deze keer inroepen als excuus. Op onze stappen terugkeren valt al bij al mee en enkele minuten later zijn we op de juiste weg.
Aan de kassa van Mantenga Cultural Village moeten we niet nu, maar bij het buiten rijden betalen. “Anders zijn jullie te laat voor de dans,” vertelt de jongedame ons aan de kassa. Tot onze verbazing want het is al bijna 11.25 uur. Ze zijn ongetwijfeld al begonnen. Maar we kunnen er nog bij en missen enkel het begin. De dansende mannen en vrouwen worden begeleid door trom en zang. Acrobatisch en perfect getimed. Na afloop krijgen we een rondleiding door het traditionele dorp waar één familie woont. Een man met twee vrouwen. Veelwijverij is nog volkomen legaal in eSwatini... voor mannen die zich dat kunnen veroorloven. Als een koppel huwt moeten ze wel kiezen tussen het traditionele en het westerse huwelijk. Als gekozen wordt voor het traditionele moet ook de vrouw akkoord gaan. Vroeger kwam de ‘waarde van een vrouw’ neer op 15 koeien. Niet onaanzienlijk, zeker niet als je weet dat koeien heel belangrijk en waardevol zijn in de traditionele cultuur van Swaziland. Het dorp is volledig omheind met takken en dunne boomstammen. Elke vrouw, in dit geval twee plus de grootmoeder, beschikt over drie hutten: eentje om in te slapen, een keuken en eentje waarin ze bier kan brouwen. De hut van de man staat het dichtst bij die van zijn tweede vrouw. Ze moet nog veel leren!? De jongens en meisjes slapen van hun zesde tot ze ‘trouwrijp’ zijn in aparte hutten.
Na de rondleiding brengen we nog een bezoek aan de waterval en eten we een hapje in het restaurant ter plekke.
Terug in het hotel herhalen we de ‘ceremonie’ van gisteren: een flesje wijn bij het haardvuur. Ook vanavond genieten we van de heerlijke keuken en de opgewekte lach van Nothando.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley